Vanaf de millenniumwisseling is het Prins Bernhard slecht vergaan. Een gevoel van mentaal onbehagen bekroop hem en nam steeds meer bezit van hem. Hij zocht allerlei uitwegen om daaraan te ontkomen. Een ervan was het toestaan van een aantal interviews die pas na zijn dood gepubliceerd zouden worden. Deze activiteit bezorgde hem de afleiding die hij zocht en het genoegen dat hij al zijn opgekropte ergernissen kwijt kon. Hij leefde op bij de gedachte dat hij zelfs na zijn dood nog eens duchtig van zich zou doen spreken. Onze prins nog één keer als de geliefde deugniet.
Maar het werkte niet zoals hij wenste. Na elk interview kwam het gevoel van onbehagen terug, sterker dan tevoren. Hij moest ervaren dat dit proces van psychische neergang samenviel met beelden van Juliana die hij voor zich zag. Zij keek hem aan, niet verwijtend maar onontkoombaar en steeds indringender. Met een blik die hij zijn leven lang niet had willen zien, die hij zelfs weggehoond had en die hem nu weerloos maakte. Meer en meer begon hij het leven dat hij geleefd had door de ogen van zijn vrouw te zien. De begrafenis van Juliana was het definitieve keerpunt in zijn leven. In de laatste maanden die hem nog restten kwam hij tot het besef dat hij niet alleen een deugniet was maar ook niet deugde.
|