Erica van Heringen heeft sinds haar achttiende jaar, na een eenzame jeugd met twee broers en drukbezette ouders, maar één verlangen: de verpleging in. Zij werkt in het stadsziekenhuis met grote toewijding, maar blijftpersoonlijk nagenoeg.
Haar houdt de vraag bezig, in tegenstelling tot haar collega's die in hun vrije tijd uitgaan, of alles en iedereen past in een groter plan van God.zewordt bij Anne Huygens thuis te helpen, eenmeisje van veertien met alvleesklierkanker, blijft die vraag onbeantwoord. Maar ook dit doet zij, niet alleen met veel toewijding, maar ook met veel plezier en ernst.
Hoe zij het sterven van haar patiëntje verwerkt en tevens, dwars door alle belemmerende omstandigheden heen, het hart van de vader leert kennen, leest u in de levensbeschouwelijke en psychologische roman "Met ogen die herkennen".
Het is een vrouwenboek met diepten, vraagtekens en waarheden en het was,mij, heel spannend om het te schrijven. Schrijven is het spiegelbeeld van lezen; de lezer consumeert, de auteur haalt de tekst uit zijn/haar hart en staat er vaak zelf versteld van. Soms is het een pijnlijk proces van onverwerkte gevoelens, een andere keer met een snel kloppend hart van vreugdevolle herkenning.
|