"Solo", de debuutroman van M.S. Hoogland (1982), is het vaak komische relaas van de wereldvreemde, bij vlagen na‹eve muziekfanaat Boudewijn Muyntz, die na een mislukte relatie zijn heil zoekt in drank, popquizzen en zijn CD-collectie.
Als een nieuwe liefde zich aandient bekruipt hem echter ook het verlangen zijn lege leven inhoud te
geven en zijn zelfmedelijden overboord te gooien. Met een welhaast kinderlijk enthousiasme gaat hij de strijd aan met zijn 'uitzichtloze' bestaan.
"Ik moest er vaak hard om lachen, jôh!"
(De redacteur van M.S. Hoogland)
"Puik werk! Chapeau!"
(Iemand uit de kroeg)
|