In het Frankrijk van de zeventiende eeuw heerst er een grote welvaart onder de adel en genieten deze volop van alles wat het leven hen te bieden heeft onder het regime van koning Lodewijk XIV.
De burgers hebben het echter niet zo makkelijk en worden uitgebuit en moeten honger lijden.
Dit overkomt ook het groepje jonge mannelijke lijfeigenen die onder de heerschappij van baron Jacques D'Augustine leven.
Dit verhaal verteld het leven van deze jongens die opgroeien tot echte mannen en een reputatie opbouwen. Hun lief en leed, maar ook hun verboden liefdeslevens worden aan het daglicht gebracht.
Deze groep jongemannen wordt lichamelijk en geestelijk mishandeld en seksueel misbruikt, waardoor ze zichtbare en nog diepere onzichtbare littekens oplopen.
Baron D'Augustine gebruikt de jongemannen als staljongens, zangers, vechters en prostituees en ze worden gedwongen om zowel met vrouwen als met mannen naar bed te gaan.
In de loop der jaren sterven sommigen van hen aan het moeilijke leven, andere proberen te vluchten, sommigen worden verkocht.
Naarmate ze ouder worden lopen ook de meeste van hen lichamelijk en geestelijk letsel op door de gevechten en de mishandelingen van baron D'Augustine.
Hun leven veranderd echter drastisch wanneer één van de jongemannen de langgeleden verdwenen baron de Coligny blijkt te zijn.
Na een hoop moeilijkheden om zich aan te passen in het goede leven, weten ze omhoog te klimmen aan de sociale ladder, maar dan zijn nog lang niet al hun problemen opgelost.
|